Memo aan mijzelf: ‘Een kunstenaar moet bereid zijn om heel veel slechte kunst te maken…’

Afbeelding

Elke dag hetzelfde ‘drama’. Bij de eerste streken verf, de eerste potloodlijn, de eerste woorden, ben ik bang dat ik ‘het’ kwijt ben. Dat ik het niet meer kan.

Alles gaat houterig. Ik werk te netjes, te denkend, te gecomponeerd. Alles voelt stijf, strak, onvrij en absoluut niet kunstig. En soms wordt het zelfs gewoon lelijk. ‘Nee, het is nu echt op’, denk ik dan. Geen talent meer over! Alles is opgebruikt, nee, erger nog: weggegooid!

En dan verstrijkt de tijd. Na verloop van minuten, maar soms ook pas na uren van stug doorgaan, komt het weer. Het gevoel van het verhaal, van ‘het gaat vanzelf’. Ik hoef de pen maar op het papier te zetten en alles glijdt er als vanzelf uit, zonder denken, zonder strijd. De woorden, de vormen, alles lijkt te stromen. En dan geniet ik volop, ik ga zingen en het is goed…

Tot de volgende ochtend…  Dan begint de strijd opnieuw. Gek hè, ik weet hoe het werkt, maar toch heeft het me bijna dagelijks te pakken, die angst die fluistert ‘het is verdwenen, het is op’.

Ik weet inmiddels wel dat ‘inspiratie’ niet bestaat. Dat wil zeggen niet zoals we dat woord meestal gebruiken. Het is niet zo dat er eerst een ingeving is, waarna ik aan de slag kan gaan. Het is niet: geen ingeving, geen inspiratie, geen kunst. Nee, zo werkt het niet voor mij. Ik moet eerst mijn vingeroefeningen doen, eerst bezig zijn. Juist door het tekenen of het schrijven nodig ik de Muze uit. Alsof ik dan zeg:‘Kom maar, Muze,ik ben er klaar voor’.

Ze komt echt alleen maar als ik werk, als ik mijn uren maak, als ik bereid bent om heel veel ‘slechte‘ kunst te maken. Kortom, ik moet zelf het licht aandoen en brandend houden. Pas dan zal de Muze komen. Of niet. Ook die pech heb ik weleens. Dat ik er zo’n hele dag of meerdere dagen helemaal niets van bak. Maar ook dan moet ik mijn uren maken. Ik probeer het te zien als de grondverf aanbrengen voordat je echt kunt gaan schilderen. Of als de aarde omploegen voordat je kunt zaaien.

Soms kan ik het niet meer opbrengen om op te komen dagen. Als de Muze mij dagenlang laat zitten, alleen laat. Dan geef ik het op. Maar dan heb ik overigens pas echt pech. Mijn humeur daalt tot min 10. Ik ben boos op mezelf en alles en iedereen om me heen en ik voel me een slechte en onbekwame kunstenaar. En die bui gaat pas weer over als ik … ja inderdaad… als ik weer netjes achter mijn tekentafel ga zitten en een doedel of wat dan ook in elkaar flans. Kortom… als ik de deur weer open zet!

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s